It looks like you’re browsing from Netherlands. Click here to switch to the Dutch →
De afgelopen twee jaar is de wereld van CO₂-compensatie een nieuwe fase ingegaan, gekenmerkt door juridische toetsing, een toenemende vraag naar nauwkeurigheid en een dieper begrip van hoe complex CO₂-boekhouding in werkelijkheid is. Deze verschuiving weerspiegelt een groeiende verwachting dat milieuclaims zowel wetenschappelijk onderbouwd als met absolute precisie gecommuniceerd moeten worden.
Close-up van een waterdruppel op een boom met een moderne stad op de achtergrond. Afbeelding gegenereerd door AI.
Voor bedrijven maakt dit compensatiebeslissingen ingewikkelder. De combinatie van CO₂-compensatie-gerelateerde rechtszaken en wijdverbreide uitdagingen rond greenwashing bij CO₂-compensatie toont aan dat klanten, toezichthouders en rechters niet langer genoegen nemen met vage beloften of algemeen geformuleerde toezeggingen. Zij willen duidelijkheid. Zij willen bewijs. En zij willen bovenal eerlijkheid. CO₂-compensatie is een krachtig instrument, maar alleen wanneer bedrijven begrijpen wat het wel kan, wat het niet kan en hoe zij er op een waarheidsgetrouwe manier over kunnen communiceren.
Dit is waar uw duurzaamheidspartner het verschil maakt. Veel misleidende claims ontstaan niet uit kwade bedoelingen, maar uit simplificatie, slechte begeleiding of de wens om de boodschap van concurrenten te volgen in plaats van de wetenschappelijke werkelijkheid. Een verantwoordelijke partner levert niet alleen CO₂-certificaten, maar helpt bedrijven de nuances, grenzen en verwachtingen te begrijpen. En wanneer een partner daarin tekortschiet, kunnen de gevolgen ernstig zijn, zoals recente rechtszaken laten zien.
In deze blog onderzoeken we wat deze zaken onthullen over het huidige landschap. We beginnen met een aantal spraakmakende rechtszaken: van Lufthansa en Adidas in Duitsland tot British American Tobacco, Mondelez en Apple. Elke zaak laat een andere bron van risico zien: onduidelijke communicatie, twijfelachtige additionaliteit, verkeerd geïnterpreteerde certificeringslabels of misverstanden rond permanentie. Daarna gaan we in op de gemeenschappelijke patronen achter deze geschillen en wat zij betekenen voor de vrijwillige CO₂-markt. Tot slot benoemen we de belangrijkste lessen voor bedrijven: hoe u verantwoord communiceert, hoe u de integriteit van uw CO₂-certificaten waarborgt en hoe de juiste duurzaamheidspartner helpt om de valkuilen te vermijden die anderen voor de rechter hebben gebracht.
Deze blog is bedoeld om helderheid te bieden over vragen die bedrijven logischerwijs hebben rond CO₂-compensatie. Want in een markt die onder juridische en publieke aandacht staat, hangt geloofwaardig milieubeleid af van precisie en waarheidsgetrouwe communicatie. En de bedrijven die dat begrijpen – die hun milieuclaims baseren op transparantie en wetenschappelijk bewijs – zijn degenen die helpen een markt op te bouwen die standhoudt.
Wereldwijd kijken maatschappelijke organisaties en rechters steeds nauwkeuriger naar de manier waarop bedrijven hun milieuclaims communiceren. Deze zaken richten zich niet tegen het principe van CO₂-compensatie zelf, maar op de manier waarop compensatie wordt gepresenteerd, verwoord en begrepen. Elke uitspraak, afwijzing of lopende rechtszaak geeft inzicht in de verwachtingen die tegenwoordig aan bedrijven worden gesteld en laat, minstens zo belangrijk, zien waar misverstanden het vaakst ontstaan.
In plaats van deze zaken als op zichzelf staande incidenten te zien, is het nuttiger ze te beschouwen als signalen van een wereldwijde trend: een groeiende vraag naar meer nauwkeurigheid, duidelijkere communicatie en een sterkere aansluiting tussen duurzaamheidsboodschappen en meetbare milieuprestaties.
De onderstaande casestudy’s illustreren de verschillende juridische vragen die in diverse rechtsgebieden opkomen, waarbij elke zaak een specifiek spanningspunt binnen de vrijwillige CO₂-markt blootlegt:
Wanneer wordt een claim over klimaatneutraliteit als te vaag beschouwd?
Hoe moeten bedrijven de rol van compensatie onderscheiden van die van reductie?
Hoeveel verantwoordelijkheid ligt bij het bedrijf en hoeveel bij de certificerende instantie?
En wat gebeurt er wanneer de onderliggende wetenschap of projectgegevens verkeerd worden geïnterpreteerd of te simplistisch worden weergegeven?
Door deze ontwikkelingen te bestuderen, krijgen bedrijven beter inzicht in waar risico’s ontstaan: niet door het gebruik van CO₂-certificaten, maar door het verkeerd communiceren daarvan. Deze paragraaf vormt de basis voor de lessen die later aan bod komen.
De rechtszaken tegen Lufthansa en Adidas in Duitsland laten een van de duidelijkste patronen zien die momenteel naar voren komen in geschillen rond CO₂-compensatie: claims lopen niet mis omdat bedrijven bewust willen misleiden, maar omdat de communicatie onvolledig, dubbelzinnig of te veel ruimte voor interpretatie laat.
In de zaak tegen Lufthansa keek de rechter naar de manier waarop de luchtvaartmaatschappij haar optie voor een ‘gecompenseerde vlucht’ aan klanten presenteerde. Het probleem zat niet in het gebruik van CO₂-certificaten, maar in het gebrek aan duidelijkheid over wat er precies werd gecompenseerd, in welke mate, en hoe dit was gekoppeld aan een specifieke vlucht. Klanten bleven in onzekerheid over de vraag of hun bijdrage de volledige milieu-impact van de vlucht compenseerde of slechts een deel daarvan. De rechter benadrukte dat wanneer consumenten wordt gevraagd extra te betalen voor een milieugerelateerd voordeel, zij recht hebben op expliciete en toegankelijke informatie over wat dat voordeel precies inhoudt.
Bron: www.lufthansa.com
Adidas kreeg te maken met een vergelijkbare communicatie-uitdaging. Het bedrijf adverteerde dat het in 2050 klimaatneutraal wilde zijn, maar de rechter oordeelde dat deze claim na 2030 geen concrete invulling had. De boodschap was op zichzelf ambitieus bedoeld, maar zonder een duidelijk stappenplan of tussentijdse mijlpalen liep Adidas het risico dat consumenten dit als een harde garantie zouden opvatten. De rechter merkte op dat dergelijke algemene beweringen de aankoopbeslissing aanzienlijk kunnen beïnvloeden, waardoor bedrijven een nog grotere verantwoordelijkheid hebben om deze claims nauwkeurig te formuleren.
Het vonnis van de rechter is nog niet definitief. Toch laten beide zaken zien dat de kern van het probleem vaagheid is, niet misleiding. Wanneer een bedrijf brede, op de natuur gerichte claims doet zonder de details uit te werken, kan een consument redelijkerwijs aannemen dat er meer wordt beloofd dan het bedrijf feitelijk bedoelt. Voor merken die opereren in een steeds strenger gereguleerde omgeving is dit precies waar juridische en reputatierisico’s ontstaan.
Deze uitspraken maken duidelijk dat transparantie en specificiteit geen keuze meer zijn. Het is niet voldoende om een milieudoel te formuleren of een compensatieoptie aan te bieden; bedrijven moeten de onderliggende werking uitleggen op een manier die wetenschappelijke realiteit weerspiegelt en een waarheidsgetrouw beeld geeft van wat wel — en niet — wordt bereikt. In de volgende casestudies zal dit thema telkens terugkomen.
De zaak rond British American Tobacco (BAT) in de Verenigde Staten brengt een van de meest bediscussieerde – en vaak verkeerd begrepen – concepten binnen de CO₂-markt naar voren: additionaliteit. De eisers stellen dat de emissiereducties uit de CO₂-projecten die de ‘klimaatneutrale’ vape-claims van BAT ondersteunen, ‘toch wel zouden zijn gerealiseerd’, en daarom niet gebruikt hadden mogen worden om een klimaatneutraliteitsclaim te rechtvaardigen. Dit argument raakt aan de kern van wat rechters, consumenten en toezichthouders steeds kritischer beoordelen: of de onderliggende milieueffecten van een project daadwerkelijk toe te schrijven zijn aan de aankoop van een CO₂-certificaat.
Lees meer: Hoe worden CO2-reductiecertificaten uitgegeven?
BAT heeft de beschuldigingen stellig ontkend en wijst op onafhankelijke verificatie door Verra en andere externe auditors als bewijs dat de claims zijn gebaseerd op erkende certificeringsstandaarden. Het bedrijf benadrukt daarnaast de rol van gespecialiseerde aanbieders van CO₂-compensatie bij het selecteren, verifiëren en faciliteren van de gebruikte certificaten. De eisers blijven daarentegen aanvoeren dat de projecten zelf ‘niet legitiem’ waren, wat leidt tot een geschil over de vraag of de kwaliteit en impact van de certificaten daadwerkelijk overeenkwamen met wat in de marketing werd gesuggereerd.
Deze zaak laat zien hoe vragen rond additionaliteit en permanentie kunnen uitmonden in juridische procedures wanneer consumenten het gevoel hebben dat de onderliggende werking niet duidelijk is uitgelegd. CO₂-projecten – met name bosprojecten – zijn van nature complex. Ze kennen lange tijdshorizonten, natuurlijke variatie en regiospecifieke factoren zoals eigendomsrechten, bosbeheerpraktijken en het risico op omkering van effecten. Wanneer deze complexiteit wordt teruggebracht tot één term als ‘klimaatneutraal’, liggen misverstanden vrijwel onvermijdelijk op de loer.
De rechtszaak tegen BAT onderstreept bovendien een bredere ontwikkeling: rechtbanken worden steeds vaker gevraagd om wetenschappelijke oordelen te interpreteren die traditioneel werden overgelaten aan CO₂-registers en technische experts. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor zowel eisers als gedaagden, zeker wanneer verschillende rechtsgebieden claims uiteenlopend beoordelen, zoals zichtbaar is in internationale zaken.
Lees meer: Who’s who in the carbon market: Key institutions and frameworks and what they do
Wat deze zaak vooral leerzaam maakt voor bedrijven, is niet zozeer de beschuldiging zelf, maar het feit dat zij draait om een ervaren kloof tussen wat de certificaten feitelijk opleverden en wat het publiek uit de marketing begreep. Terwijl de zaak zich ontwikkelt via verzoeken tot afwijzing, mediationtrajecten en een mogelijke erkenning als collectieve actie, wordt één les duidelijk: bedrijven moeten ervoor zorgen dat hun milieuclaims zowel recht doen aan de wetenschappelijke aard van CO₂-projecten als aan de verwachtingen van het publiek dat deze claims leest.
In tegenstelling tot veel andere zaken biedt de rechtszaak tegen Mondelez in de Verenigde Staten een belangrijk tegenvoorbeeld: een zaak waarin de rechtbank oordeelde dat de milieuclaim van het bedrijf niet misleidend was. Deze uitspraak onderstreept een cruciaal punt voor bedrijven die zich bewegen in het steeds veranderende landschap van milieucommunicatie: precisie werkt en loont.
Bron: https://www.mondelezinternational.com
Het geschil draaide om het label ‘klimaatneutraal’ op bepaalde Clif Kid-producten. De eiser stelde dat dit label misleidend was omdat het was gebaseerd op CO₂-compensatie, die volgens haar zou lijden aan ‘fundamentele tekortkomingen’ in de CO₂-markt. De rechtbank maakte echter een belangrijk onderscheid. Zij oordeelde dat Mondelez niet beweerde dat het product van zichzelf of in absolute zin klimaatneutraal was. In plaats daarvan vermeldde de verpakking expliciet dat het product ‘climate neutral certified’ was – een specifieke formulering die wijst op verificatie door een externe partij.
Dat verschil was doorslaggevend. Door expliciet te verwijzen naar certificering in plaats van een absolute milieutoestand te claimen, communiceerde Mondelez zijn boodschap op een manier die aansluit bij wat consumenten redelijkerwijs mogen verwachten. De rechter benadrukte dat het label het certificeringsproces correct beschreef, en juist die nauwkeurigheid beschermde het bedrijf tegen beschuldigingen van misleiding.
De uitspraak laat een belangrijke les zien: milieuclaims hoeven niet te worden vermeden, maar moeten correct en van context voorzien zijn. Wanneer bedrijven precies aangeven wat hun claim inhoudt, wie deze heeft geverifieerd en hoe zij tot stand is gekomen, is de kans groter dat rechters de communicatie als transparant en eerlijk beschouwen. In die zin herinnert de zaak-Mondelez eraan dat certificeringsstandaarden ertoe doen en dat zorgvuldig gebruik ervan zowel duidelijkheid voor consumenten als bescherming voor merken kan bieden.
Minstens zo belangrijk is dat deze zaak laat zien dat geschillen vaak niet ontstaan door het gebruik van CO₂-certificaten zelf, maar door de manier waarop zij worden gepresenteerd. Wanneer claims specifiek zijn, met bewijs worden onderbouwd en zijn gekoppeld aan verifieerbare standaarden, neemt het juridische risico aanzienlijk af. Dit staat in scherp contrast met situaties waarin brede, open formuleringen ruimte laten voor misinterpretatie.
De ervaring van Mondelez is daarmee een waardevolle aanwijzing voor bedrijven die de balans zoeken tussen het communiceren van milieuprogressie en het vermijden van overdreven beloften: hoe duidelijker de claim, hoe sterker de basis.
De lopende zaken rond Apple laten een van de technisch meest complexe aspecten van de CO₂-markt zien: permanentie. Waar de meeste milieuclaims van bedrijven zich richten op emissies, reducties of certificeringstrajecten, raakt de situatie van Apple aan de kern van hoe bosprojecten omgaan met langetermijnrisico’s. De juridische reacties op dat risico lopen per rechtsgebied uiteen en laten zien hoe verschillende rechtbanken dezelfde wetenschappelijke mechanismen kunnen interpreteren.
In de Verenigde Staten heeft Apple betoogd dat de bufferpool van Verra – een soort verzekeringsreserve van CO₂-certificaten die bedoeld is om onverwachte verliezen in landgebonden projecten op te vangen – ‘ruimschoots voldoende’ is om onzekerheden binnen de projecten waarvan Apple certificaten heeft afgenomen, te dekken. Vanuit dit perspectief vormt het buffersysteem een geloofwaardige waarborg en stelt het bedrijf dat zijn CO₂-claims zijn gebaseerd op erkende certificerings- en verificatiestandaarden.
Bron: https://www.apple.com
In een parallelle zaak in Duitsland kwam de rechtbank echter tot een ander oordeel dan Apple. De rechter stelde de vraag of de bufferpool wel toereikend is om permanentie te garanderen wanneer bepaalde pachtovereenkomsten voor landgebruik niet worden verlengd na 2029. Daarbij werd gesuggereerd dat het uitsluitend vertrouwen op buffercertificaten mogelijk niet volstaat om langetermijnonzekerheid volledig te compenseren. Dit betekent niet dat de projecten zelf aan integriteit ontbreken, maar laat zien dat verschillende rechtbanken het begrip permanentie door uiteenlopende juridische lenzen bekijken.
Deze uiteenlopende oordelen benadrukken een fundamentele realiteit: permanentie is essentieel voor natuurprojecten, maar tegelijkertijd een van de lastigste concepten voor niet-deskundigen om te doorgronden. Bossen groeien en veranderen en worden blootgesteld aan natuurlijke en sociaaleconomische risico’s. Registers houden hier rekening mee via bufferpools, monitoring en verificatiecycli – systemen die door experts zijn ontworpen om onzekerheden te beheersen. Wanneer deze mechanismen echter worden teruggebracht tot brede claims als ‘klimaatneutraal’, gaat die nuance gemakkelijk verloren.
De zaak rond Apple laat zien dat zelfs wanneer bedrijven gevestigde standaarden volgen, de manier waarop zij deze standaarden communiceren van doorslaggevend belang is. Rechtbanken kijken steeds vaker niet alleen naar de technische geldigheid van CO₂-certificaten, maar ook naar de vraag of consumenten een duidelijk en realistisch beeld krijgen van wat deze certificaten daadwerkelijk vertegenwoordigen. Zodra er een ervaren kloof ontstaat tussen wat een certificaat garandeert en wat een bedrijf suggereert, volgt kritische toetsing.
Deze situatie is geen oordeel over de waarde van bufferpools of natuurprojecten. Het is een herinnering dat bedrijven de werking en beperkingen van deze systemen transparant moeten uitleggen, en daarbij moeten erkennen dat CO₂-compensatie zowel wetenschappelijke nauwkeurigheid als natuurlijke variabiliteit omvat. Naarmate juridische precedenten zich verder ontwikkelen, onderstreept de Apple-zaak dezelfde les die in verschillende rechtsgebieden naar voren komt: nauwkeurigheid in communicatie is net zo essentieel als nauwkeurigheid in CO₂-boekhouding.
In alle recente zaken – van Duitsland tot de Verenigde Staten – komt een consistente lijn naar voren: de geschillen gaan niet over de vraag of CO₂-compensatie werkt, maar over de vraag of bedrijven daar verantwoordelijk over communiceren. Elke rechtszaak, ongeacht of deze is afgewezen of nog loopt, vindt zijn oorsprong in hetzelfde probleem: een complex wetenschappelijk systeem dat wordt teruggebracht naar taal die te breed, te vereenvoudigd of te vatbaar voor misinterpretatie is.
CO₂-markten steunen op gedetailleerde methodologieën, langdurige monitoring, modellen op basis van kansberekeningen, verplichtingen rond landbeheer en onafhankelijke verificatiecycli. Begrippen als additionaliteit, permanentie, lekkage en bufferreserves laten zich niet volledig vangen in één term als ‘klimaatneutraal’. Wanneer deze nuances worden samengeperst tot te simplistische claims, groeit de kloof tussen verwachtingen van consumenten en de wetenschappelijke realiteit, en juist in die kloof ontstaan juridische en reputatierisico’s.
Vanuit reputatieoogpunt verwachten consumenten vandaag de dag heldere uitleg. Zij willen weten wat er wordt gecompenseerd, hoe dat wordt gemeten en welke standaarden van toepassing zijn. Ontbreekt die informatie, dan brokkelt het vertrouwen af: niet alleen in het bedrijf dat de claim maakt, maar in CO₂-compensatie als geheel.
Ook toezichthouders scherpen de regels aan. Wat voorheen doorging voor optimistische marketingtaal, wordt nu kritisch beoordeeld vanuit naleving van regels rond CO₂-compensatie door bedrijven, met name in de EU en de Verenigde Staten. Milieucommunicatie is geen kwestie van branding meer, maar een nalevingsverplichting.
Ook vanuit marktperspectief hebben breed uitgemeten rechtszaken impact. Zij kunnen onterecht de indruk wekken dat CO₂-certificaten per definitie onbetrouwbaar zijn. In werkelijkheid richten deze zaken zich op communicatiepraktijken, niet op de legitimiteit van hoogwaardige projecten. Dit is een teken van een volwassen wordende markt waarin meer duidelijkheid en verantwoordelijkheid wordt verwacht.
Tot slot raakt het toenemende juridische risico in de vrijwillige CO₂-markt organisaties van elke omvang. Elke organisatie die milieuclaims maakt, moet ervoor zorgen dat deze claims aansluiten bij de wetenschappelijke werkelijkheid, certificeringsstandaarden en de emissies waarop de claim betrekking heeft.
Lees meer: Wat CBAM en de CSRD voor Europese bedrijven betekenen
Gezamenlijk onderstrepen deze ontwikkelingen één eenvoudige waarheid: verantwoorde communicatie over CO₂ vereist dezelfde precisie als verantwoorde CO₂-boekhouding. Bedrijven die complexiteit erkennen, grenzen eerlijk communiceren en op transparante certificeringskaders steunen, zijn beter toegerust om zich te in dit steeds kritischer wordende landschap bewegen. In een markt waarin vertrouwen centraal staat, zijn precisie en waarheidsgetrouwheid geen extra’s meer, maar vereisten.
Terwijl recente rechtszaken laten zien hoe gemakkelijk milieuclaims verkeerd kunnen worden begrepen, beweegt het Europese regelgevingslandschap zich in dezelfde richting: naar strengere, op bewijs gebaseerde klimaatcommunicatie. Een van de belangrijkste ontwikkelingen hierin is de Green Claims Directive (GCD) van de EU.
De richtlijn werd oorspronkelijk geïntroduceerd om wijdverbreide greenwashing tegen te gaan en speelde in op een zorgwekkende trend: ongeveer 40 procent van de milieuclaims bleek niet met data te kunnen worden onderbouwd. De Green Claims Directive is in maart 2024 gepubliceerd en moet uiterlijk in maart 2026 door alle EU-lidstaten in nationale wetgeving zijn omgezet. Voor bedrijven biedt de richtlijn een duidelijk kader voor hoe milieucommunicatie er in de komende jaren in heel Europa uit zal zien.
Lees meer: CO₂-compensatie: hoe vooraanstaande bedrijven emissies neutraliseren
De besproken zaken, in combinatie met de eisen uit de Green Claims Directive, maken één ding glashelder: verantwoorde CO₂-compensatie draait niet alleen om het aankopen van certificaten. Het gaat om het begrijpen van de technische basis achter die certificaten en het nauwkeurig communiceren van die basis. Bedrijven die hierin slagen, behandelen milieuclaims met dezelfde zorgvuldigheid als financiële of wettelijke rapportages.
1. Wees helder en concreet
Milieuclaims moeten exact benoemen waar de claim betrekking op heeft. Dat betekent duidelijk maken welke emissies zijn meegenomen, hoe deze zijn berekend en welke standaarden zijn toegepast. Des te concreter en begrijpelijker de formulering, des te kleiner de kans op verwarring of misinterpretatie.
2. Gebruik certificeringen op de juiste manier
Labels van externe partijen voegen alleen waarde toe wanneer zij correct worden gebruikt. Door te verwijzen naar erkende standaarden krijgen stakeholders een realistisch beeld van wat een claim inhoudt en voorkomen bedrijven dat zij hun klimaatimpact onbedoeld te groot voorstellen.
3. Begrijp uw CO₂-certificaten voor u erover communiceert
Geen enkel bedrijf zou milieuclaims moeten maken zonder inzicht te hebben in de kwaliteit van de gebruikte CO₂-certificaten. Dat betekent aandacht voor additionaliteit, permanentie, projectintegriteit en monitoring. Grondige due diligence – bij voorkeur met ondersteuning van experts – zorgt ervoor dat certificaten daadwerkelijk natuurvoordelen opleveren en met vertrouwen kunnen worden gecommuniceerd.
4. Plaats compensatie binnen een bredere strategie
CO₂-compensatie werkt het best in combinatie met emissiereducties en interne verbeteringen. Wanneer bedrijven laten zien hoe deze elementen samenhangen, wordt hun klimaatstrategie geloofwaardiger en sluit zij beter aan bij wat toezichthouders inmiddels verwachten.
Lees meer: What business leaders need to know before buying carbon offsets
In de praktijk is verantwoorde CO₂-compensatie niet ingewikkeld of belastend. Het vraagt vooral om precisie: weten wat certificaten daadwerkelijk opleveren, dit correct verwoorden en de verleiding weerstaan om een wetenschappelijk proces te reduceren tot een marketingkreet. Deze aanpak verkleint niet alleen juridische risico’s, maar versterkt ook het vertrouwen, beschermt de reputatie en draagt bij aan een volwassenere en transparantere CO₂-markt.
Als er één les is die uit alle recente rechtszaken naar voren komt, dan is het dat bedrijven de complexiteit van de CO₂-markt niet alleen kunnen – en niet alleen zouden moeten – navigeren. CO₂-compensatie is een technisch vakgebied, geen marketinginstrument. Het vraagt om wetenschappelijke kennis, grondige projectbeoordeling en een duidelijke inzet voor eerlijke en nauwkeurige communicatie. Juist daar wordt de rol van een verantwoorde duurzaamheidspartner onmisbaar.
Bij Green Earth vormt die verantwoordelijkheid de basis van alles wat wij doen. Wij beschouwen CO₂-certificaten niet als marketingmiddelen, maar als instrumenten voor natuurbescherming – elk met een eigen methodologie, monitoringsvereisten, risico’s en grenzen. Onze rol is niet om snelle oplossingen of allesomvattende neutraliteitslabels te bieden, maar om bedrijven te begeleiden bij de werkelijkheid achter de cijfers. Dat betekent dat wij helpen inzichtelijk te maken wat certificaten wél opleveren, wat zij niet doen en hoe dat verschil helder en integer kan worden gecommuniceerd.
Waar veel bedrijven die betrokken waren bij recente rechtszaken vastliepen, lag dat niet in hun intentie, maar in hun communicatie. Green Earth helpt dit te voorkomen. Als ontwikkelaar van CO₂-projecten over de volledige keten beheren wij elke fase van onze projecten – van ontwerp en uitvoering tot monitoring, verificatie en uiteindelijk de uitgifte en verkoop van CO₂-certificaten. Hierdoor kunnen wij het hoogste niveau van kwaliteit, transparantie en verantwoordelijkheid bieden bij elk certificaat dat wij op de markt brengen. Wij zijn gespecialiseerd in de precisie die rechtbanken inmiddels verwachten: transparante methodologieën, zorgvuldige selectie van projecten en eerlijke duiding van zowel impact als beperkingen.
Een teamlid van Green Earth controleert de conditie van een boom op de projectlocatie van het Hongera Reforestation Project. Hongera Reforestation Project, Green Earth.
Daarnaast helpen wij bedrijven om CO₂-compensatie te plaatsen binnen een bredere duurzaamheidsstrategie. CO₂-certificaten zijn het meest effectief wanneer zij worden gecombineerd met interne emissiereducties en langetermijnmilieubeleid. Onze begeleiding zorgt ervoor dat bedrijven deze samenhang transparant communiceren en de valkuilen van oversimplificatie vermijden die anderen voor de rechter hebben gebracht.
In een tijdperk van toenemende toetsing en controle vraagt verantwoorde milieu-actie om een partner die complexiteit niet uit de weg gaat, maar omarmt. Green Earth is die partner. Wij brengen wetenschappelijke zorgvuldigheid, transparante communicatie en volledige integriteit in elk project en voor elke klant. En terwijl het speelveld blijft veranderen, zijn het de bedrijven die voor dit niveau van verantwoordelijkheid kiezen die geloofwaardig blijven, vertrouwen behouden en voorop lopen op nieuwe regelgeving.
Ons enige doel is om vertrouwen op te bouwen en kennis beschikbaar te maken voor iedereen, in plaats van slechts een select groepje. Door u aan te melden voor onze nieuwsbrief, ontvangt u alle tips en trends van ons deskundige team in uw inbox. Meld u direct aan en mis nooit meer een bericht van Green Earth.
Jarenlang lag duurzaamheidsrapportage vrijwel volledig bij grote bedrijven. Kleinere leveranciers we..
Een ecologische voetafdruk is een maatstaf die laat zien hoeveel natuurlijke hulpbronnen een persoon..
In heel Europa voltrekt zich een stille maar beslissende verschuiving in de manier waarop bedrijven ..
Laten we het hebben over hoe we samen waarde kunnen creëren voor uw duurzaamheidstraject.